Motorrijles: Vorkbad - Remmen
Remmen
Een motorfiets is uitgerust met twee remmen. De voorrem
en de achterrem. De voorrem is meestal een schijfrem. De achterrem kan een
schijfrem zijn, of een trommelrem.
Van een schijfrem controleer je:
- De druk.
Je
moet voldoende druk voelen. Als de vrije slag te groot is, is er waarschijnlijk
lucht aanwezig in het remsysteem.
- Het
vloeistofniveau.
Vlak na het rempedaal of de remhendel bevindt
zich het remvloeistofreservoir. Het reservoir moet horizontaal zijn om de
vloeistof te controleren. Als er te weinig remvloeistof in het reservoir
aanwezig is, kan dit duiden op een lekkage. Waarschijnlijker is dat de
remblokken versleten zijn.
- De remleiding.
Deze
controleer je op lekkage en onregelmatigheden.
- De
remblokken.
Als de dikte van de remblokken minder is dan 1
millimeter moeten de remblokken vervangen worden. Op de remblokken is vaak een
slijtagemerkteken aangebracht.
- De
remschijf.
De remschijf controleer je op de dikte en of de
remschijf regelmatig slijt. Meestal staat er op de schijf de minimale dikte
aangegeven. Van een Honda CBF is dit 5 millimeter.
Van een trommelrem controleer je:
- De pedaalspeling.
Het
rempedaal moet een pedaalspeling hebben van 2 tot 3 centimeter. Na het loslaten
van het rempedaal moet deze direct in de ruststand terugkeren
- De pedaalstand.
Het
rempedaal moet zich in de ruststand 0 tot 2 centimeter onder de bovenkant van de
voetsteun bevinden.
- Slijtage van de
remvoering.
Op het achterrempaneel bevindt zich een indicator voor
remvoeringslijtage. Bij een volledig ingetrapte rem kun je hier controleren of
de remschoenen versleten zijn.
Mocht tijdens het praktijk-examen aan je gevraagd
worden: "Wat controleer je van de remmen?"
Begin dan met
de voorrem en daarna de achterrem. Begin dan ook met het punt waar je begint met
remmen. Bijvoorbeeld bij de voorrem, eerst de druk controleren, daarna de
remvloeistof, de remleiding, de remblokken en de remschijf. Hiermee voorkom je
dat je een onderdeel overslaat.