A A A
Auto slipcursus

Motorrijles: Vorkbad - Accu en aandrijving

Accu

De accu moet deugdelijk bevestigd zijn.
Controleer of de accupolen niet geoxideerd zijn. Oxidatie is te voorkomen door de accupolen in te smeren met vaseline. Tevens moet de bedrading goed geïsoleerd zijn.

Tegenwoordig zijn de meeste accu's onderhoudsvrij. Als het niveau van het accuzuur van dit soort accu's te laag is, mag je dit niet bijvullen.
Als het niveau van de accuzuur van een niet-onderhoudsvrije accu te laag is, vul je dit aan met gedistilleerd water.

Aandrijving

Het achterwiel kan op drie verschillende manieren worden aangedreven. Dit kan door een:

  • Ketting. Dit is de meest voorkomende aandrijving.
  • Cardan. Wordt vooral op de zwaardere toermotorfietsen gebruikt.
  • Getande riem. Op Harley Davidson en sommige BMW's.
De meest voorkomende aandrijving is de kettingaandrijving. De controlepunten zijn de vier "S"sen

Schoon.
De ketting moet schoon zijn. Met schoon wordt bedoeld dat er geen vuil, zand, stof of overige verontreiniging op de ketting zit. Je kunt de ketting reinigen met diesel, of met speciale kettingreiniger.

Smering.
De ketting moet goed ingevet zijn. Dit verlengt de levensduur van de ketting aanzienlijk. Vet de ketting ongeveer iedere 500 kilometer in. Doe dit ook na een lange rit in de regen.

Spanning.
Je meet de speling van de ketting in de onderste helft van de ketting. Dit doe je in belaste toestand, ongeveer in het midden, tussen het voorste en achterste tandwiel. Een speling van ongeveer 3 centimeter is gebruikelijk. Ongeveer anderhalve centimeter omhoog en anderhalve centimeter naar beneden.

Een te strak gespannen ketting verkort de levensduur van de ketting en tandwielen.
Een te slap gespannen ketting gaat slaan. Dit is duidelijk hoorbaar tijdens het accelereren en de bijzondere verrichtingen waarbij de achterrem gebruikt wordt(1/2 draai, achtje rijden). Uiteraard wordt de levensduur van de ketting en tandwielen verkort.
Hoe span je de ketting:
Draai eerst het achterwiel los. Vervolgens draai je de contramoeren van de kettingspanners los. Draai nu de stelmoeren aan. Hierdoor gaat het achterwiel naar achter, waardoor de ketting gespannen wordt. Let wel op dat het achterwiel recht in de achterbrug blijft. Vaak zijn er op de kettingspanners merktekens aangebracht. Controleer links en rechts of beide kanten gelijk zijn. Is dit het geval en is de ketting op de juiste spanning, draai je de contramoeren vast en vervolgens het achterwiel.

Slijtage.
Controleer de ketting en de tandwielen op slijtage. Slijtage aan de ketting kun je controleren door de ketting in het midden van het achterste tandwiel naar achter proberen te trekken. De ketting mag niet meer dan 1 centimeter naar achter worden getrokken.
De slijtage aan de tandwielen kun je zien aan de tanden. Deze slijten aan de onderkant langzaam weg, waardoor de tanden steeds meer op haaientanden gaan lijken.

Cardanaandrijving.

Bij veel zwaardere toermotorfietsen vindt de aandrijving plaats via een cardan. Dit is een onderhoudsvriendelijke manier van aandrijven. Controle van het oliepeil is eigenlijk het enige wat je hoeft te doen.

Getande riem.

Eveneens een onderhoudsvriendelijke manier van aandrijven is die via een getande riem. Deze manier van aandrijven vind je onder andere op de Harley-Davidson motorfietsen. Controleer of de riem niet uitgedroogd is. Ook controleer je of de tanden niet versleten zijn en getande riem niet te slap is afgesteld.