Log hieronder in.
De motorfiets heeft de beschikking over twee
remmen. De voorrem en de achterrem. Onder normale omstandigheden gebruik je
beide remmen. De juiste manier van remmen is dan: eerst de voorrem, dan de
achterrem en als laatste de koppelingshendel inknijpen. De voorrem bedien je met
je rechterhand. De achterrem met je rechtervoet. Als je gaat remmen worden de
wielen tegen het wegdek gedrukt. De motorfiets wil echter gewon doorrijden. Hoe
sneller gereden wordt en hoe harder geremd wordt. Hoe meer de voorvering wordt
ingedrukt. Het gevolg is dat er meer druk op het voorwiel komt en minder op het
achterwiel. Hoe meer druk er op het voorwiel rust hoe meer grip de band heeft en
hoe krachtiger er met de voorrem er geremd kan worden.
Doordat de motorfiets in de voorvering duikt krijgt het
achterwiel steeds minder grip bij een "stoppie" komt het achterwiel helemaal los
van het wegdek.
Het gevolg van het in de voorviering duiken is ook dat er
met de voorrem veel krachtiger geremd kan worden dan met de achterrem.
Remmen met de voorrem
De voorrem is de krachtigste rem, maar ook de gevaarlijkste.
Het goed doseren van de voorrem is niet eenvoudig. Zelfs niet voor een ervaren
motorrijder. Zeker niet in noodsituaties. Meer hierover lees je in het gedeelte
dat de noodstop behandeld.
Eerst gaan we uit van het gebruik van de voorrem in normale
situaties. De juiste manier van remmen met de voorrem is
Waar schuilen de gevaren van het gebruik van de
voorrem?
Als de druk te snel opgebouwd wordt, kan dit leiden tot een
geblokkeerd voorwiel. Dit kan optreden bij een te snel inknijpen van de voorrem.
Bij het loslaten en opnieuw inknijpen van de voorrem en door te hard te remmen
bij lage snelheden.
Remmen met de achterrem
De achterrem wordt onder normale omstandigheden enkele ogenblikken na de voorrem gebruikt. De achterrem is wat moeilijker te doseren dan de voorrem. Je hebt wat minder gevoel in je voeten dan in je vingers. Ook wordt het remmen met de achterrem niet zo duidelijk gevoeld. Zeker niet als tegelijk de voorrem gebruikt wordt. Toch doet de achterrem wel degelijk mee met het remmen.. Je zal dit duidelijk merken bij de bijzondere verrichtingen waar alleen de achterrem gebruikt wordt.
Geblokkeerd achterwiel
Het blokkeren van het achterwiel heeft maastal niet een
valpartij tot gevolg. Helemaal niet als er rechtdoor gereden wordt. Op de
plaatsen waar de stopproef wordt geoefend zie je heel vaak remsporen van een
geblokkeerd achterwiel. Je ziet dan dat het remspoor rechtdoor loopt.
Je instructeur zal dit soms ook laten zien.
Hij komt dan aanrijden met een snelheid van 50-80 km/u, hij
gebruikt dan alleen de achterrem en zal het achterwiel laten blokkeren. De
motorfiets rijdt gewoon rechtdoor. Hoe ontstaat een blokkerend
achterwiel?
Je hebt gelezen dat er door stevig te remmen met de voorrem
er meer druk komt op het voorwiel en minder druk op het achterwiel. Als je nu
toch krachtig de achterrem gebruikt zal het achterwiel vrij snel blokkeren. Daar
komt nog bij dat veel motorrijders ook automobilisten zijn. En wat doet een
automobilist in een noodsituatie?
Juist, hij trapt de rem in. Wat zal hij doen op een
motorfiets? Hetzelfde. Hij trapt de achterrem in. Wat vrij snel als gevolg heeft
een geblokkeerd achterwiel.
Geblokkeerd voorwiel
Een geblokkeerd voorwiel leidt bijna altijd tot een
valpartij. Zelfs als je rechtdoor rijdt. Bij een geblokkeerd voorwiel mogen er
absoluut geen dwarskrachten voorkomen. De geringste balansverstoring leidt al
tot een valpartij. En een geheel vlakke weg en een absoluut stilzittende
motorrijder. Al dan niet met passagier, bestaat praktisch niet. Conclusie:
Een geblokkeerd voorwiel leidt meestal tot een valpartij.
Hoe ontstaat een geblokkeerd voorwiel?
Een te abrupt, krachtig inknijpen van de voorrem kan een
geblokkeerd voorwiel als gevolg hebben. Tijdens het rijden je vingers al op de
remhendel hebben zal al vrij snel te krachtig inknijpen van de voorrem
opleveren.
Ook na het even loslaten van de druk (pompend remmen) kan
iedere keer als er weer druk op de rem gelegd wordt een blokkering als gevolg
hebben.
Conclusie: heel veel oefenen van krachtig remmen is een
noodzaak.
Stopproef
Een van de bijzondere verrichtingen die je op het praktijkexamen moet uitvoeren is de stopproef bij een snelheid van 50 km/h. De stopproef is geen noodstop. Bij de stopproef gaat het om de motorfiets technisch goed tot stilstand te brengen. De volgende punten zijn bij deze oefening van belang:
De stopproef is voor een ieder vrij goed uit te voeren. Nadat je de stopproef goed onder controle hebt, kunnen we verder gaan met de noodstop.
Noodstop
Bij een noodstop geldt maar een ding. Stoppen en wel zo snel
mogelijk. Dat kan maar op een manier en dat is: je alleen maar concentreren op
de voorrem.
Van de achterrem en het schakelpedaal moet je afblijven. Je
aandacht verdelen is te moeilijk in een noodsituatie. We weten dat de druk op
het voorwiel toeneemt naar mate er krachtiger geremd wordt. Ook heeft het
achterwiel dan nauwelijks of geen grip. Gebruik je in een noodsituatie dan toch
de achterrem, dan zal dit vrijwel altijd tot een blokkerend achterwiel leiden.
Op zich is dit nog niet zo erg. Maar wat is menselijk? Zodra het blokkeren
opgemerkt is, wordt de rem losgelaten. Dan niet alleen de achterrem, maar beide
remmen. Hierdoor gaan kostbare meters verloren. Ook het opnieuw remmen kan een
blokkerend voorwiel opleveren.
Het terugschakelen leidt de aandacht van de voorrem af. Als
je zo snel mogelijk moet stoppen is het dan nog belangrijk dat je
teruggeschakeld hebt? Misschien wel als er nog verkeer achter je rijdt. Maar het
belangrijkste blijft toch dat je op tijd stil staat en nergens tegen aan
botst.
Wat je wel moet doen is gelijk met de rem ook de
koppelingshendel inknijpen.
Als je te lang wacht met ontkoppelen kan alsnog het
achterwiel blokkeren.
De noodstop oefenen is iets wat je ook na het behalen van
het rijbewijs regelmatig moet blijven doen.
Remmen en uitwijken
Wat nu als je merkt dat je niet tijdig tot stilstand kan
komen? Je zult dan moeten uitwijken om een botsing te voorkomen.
Het uitwijken moet ruim op tijd gebeuren. Hoe langer je
wacht met uitwijken, hoe moeilijker het wordt om voor of achter het obstakel
langs te sturen. Als je besluit om uit te wijken, moet je de rem(men) loslaten.
Het is niet mogelijk om krachtig te remmen en te sturen. De banden kunnen dit
niet verwerken en een valpartij is het gevolg. Houd tijdens de gehele
uitwijkmanoeuvre de koppelingshendel ingeknepen. Het loslaten van de koppeling
heeft plotseling optredende krachten tot gevolg met onplezierige
gevolgen.
Blijf opletten wat degene doet waar je voor uitwijkt. Kies
tijdig de tegengestelde richting dan die het obstakel neemt. Meestal zal dit
achter het obstakel langs zijn, blijf vooral kijken naar de ruimte die zich
achter het obstakel bevindt. Daar moet je heen, daar moet je ook naar
kijken.
Oefen dit regelmatig. Natuurlijk ook als je het rijbewijs
gehaald hebt.