Omdat het voor sommige mensen onduidelijk is hoe een examen voertuigbeheersing eruit ziet,
heb ik er 1 opgenomen dat je hieronder kunt zien.
Per 1 april 2004 moet je twee examens
afleggen om je motorrijbewijs te halen. Je moet eerst geslaagd zijn voor het
examen voertuigbeheersing, voordat je het tweede examen, verkeersdeelneming, mag
afleggen.
Tijdens het examen voertuigbeheersing
moet je van de twaalf beschikbare oefeningen er zeven uitvoeren. Wanneer één of
meerdere oefeningen niet in 1 keer voldoende zijn, krijg je een herkansing.
Uiteindelijk moet je vijf van de zeven oefeningen voldoende uitvoeren. Tevens
moet er van iedere groep minimaal 1 oefening voldoende zijn
De twaalf oefeningen zijn verdeeld in
vier groepen. Te weten:
Lopen met de motorfiets en gebruik van de standaard.
Bijzondere verrichtingen bij lage snelheid
Bijzondere verrichtingen bij hogere snelheid
Remoefeningen
Van iedere groep zijn één of twee
oefeningen verplicht. De verplichte oefeningen moet je altijd uitvoeren. Waar
staat: "keuze oefening" betekent dit dat de examinator de keuze maakt en
natuurlijk niet de leerling.
Een ontzettend groot nadeel van het
examen in Amsterdam is de lengte van het terrein waar je de oefeningen moet
doen. Vooral bij de oefening uitwijken blijkt het lastig om de 50 kilometer per
uur te halen. Vrijwel meteen nadat je bij de 50 kilometer per uur bent
aangekomen moet je al uitwijken. Helemaal als je examen gaat doen op een
motorfiets uit de lichte klasse is dit lastig. Daarom oefenen wij ook regelmatig
met dezelfde afstanden als die je op het examen kunt verwachten zodat je niet
voor verrassingen komt te staan.
Hieronder volgt een overzicht van de
oefeningen. Voor meer informatie plus
een foto van de oefeningen klik je op ( meer info )
GROEP 1: LOPEN MET DE MOTORFIETS
EN GEBRUIK VAN DE STANDAARD
Achteruit lopend parkeren (verplichte oefening) ( meer
info )
De eerste groep bestaat uit 1
oefening: achteruit lopend parkeren.
Tijdens deze oefening moet je aan de
rechterzijde van de rijbaan lopen met de motorfiets aan de hand, deze daarna
achteruit parkeren in een parkeervak en op de standaard zetten. Vervolgens moet
je de motorfiets weer van de standaard halen en rechts het parkeervak uitlopen.
Deze oefening doen we in principe iedere les. Als we terugkomen bij de rijschool
stappen we af en parkeren we de motorfiets zoals bij het examen van je verwacht
wordt.
GROEP 2: OEFENINGEN BIJ LAGE
SNELHEID
Langzame slalom( verplichte
oefening ) ( meer
info )
De tussenafstand van de pylonen is hierbij drie meter. De snelheid is
niet aangegeven, maar gezien de geringe tussenafstand ligt een stapvoets tempo
voor de hand. Het gebruik van de achterrem en koppeling is bij deze oefening
toegestaan. Van belang bij deze oefening is de combinatie van langzaam rijden en
het behouden van de balans. Dit is in het begin een van de lastigste oefeningen.
Heb je een maal door hoe het moet, gaat het steeds eenvoudiger. Probeer vooral
een combinatie te vinden tussen het sturen vanuit de heupen en sturen mat het
stuur. Tijdens de rijlessen heeft de instructeur lage pylonen bij zich. Tijdens
het examen wordt altijd gebruik gemaakt van hoge pylonen. Om hier aan te wennen
zullen we ook minimaal twee keer de oefening uitvoeren met hoge pylonen.
Binnen een rechthoek van 6x12 meter een denkbeeldige
acht rijden. Net als bij de halve draai hou je het gas constant en regelt de
snelheid met de achterrem. Langzaam in rijden en vroegtijdig kijken waar je naar
toe wilt. Stuur vanuit de heupen en blijf zelf rechtop zitten.
Wegrijden uit parkeervak( keuze oefening ) ( meer
info )
Bij deze oefening rijdt je vanuit stilstand weg uit een parkeervak waarna je een haakse
bocht maakt en enkele meters rechtuit rijdt. Het parkeervak is twee meter breed
en drie meter lang, de rijbaanbreedte is drie meter. Het belangrijkste van deze
oefening is dat je gecontroleerd een scherpe bocht weet te maken, direct na het
wegrijden. Dit is een vrij eenvoudige oefening.
Slalom met twee stops
( keuze oefening ) ( meer
info ) Deze oefening bestaat niet meer, maar is nog wel
leuk om te oefenen!
Bij de slalom met twee stops staan de poortjes links en rechts
verspringend achter elkaar met een stop kort voor een linkerbocht en een stop
kort voor een rechterbocht. De pylonen staan drie meter uit de aslijn en acht
meter achter elkaar. Het gaat bij deze oefening om een combinatie van beheersing
van de koppeling, stuurgedrag, kijktechniek en de balans. In het begin dat ik
met deze oefening aan de slag ging had ik geen afstand van 8 meter, maar van 6
meter. Zelfs toen was de oefening voor de leerlingen nog goed uit te voeren.
Conclusie: ook dit is weer een niet al te moeilijke oefening.
Je moet de motor kunnen keren, zowel links- als rechtsom, tussen 2
pionnen die 6 meter uit elkaar staan. Je regelt de snelheid door gas te blijven
geven en gebruikt de achterrem als het ware als gaspedaal. Langzaam aan komen
rijden en vlak voor je gaat keren kijken waar je heen wil.Vervolgens rustig met
trekkende motor de bocht om. Probeer te sturen met de heupen en schuin de motor
af. Blijf hierbij zelf rechtop zitten.
Hierbij moet je langzaam 20 meter rijden met een slippende
koppeling en de voeten op de stepjes. Je regelt de snelheid door middel van gas
en koppeling. Als je iets te snel rijdt mag je een beetje bijremmen met de
voorrem of de achterrem. Wanneer je hierbij ontspannen gaat zitten, knieën
stevig aan de tank houdt en vooruit kijkt, hoeft dit na enige oefening voor
niemand een probleem te zijn. Probeer om met 2-3 millimeter spelend de
koppeling te bedienen; niet steeds helemaal in knijpen en daarna weer het
aangrijpingspunt opzoeken.
GROEP 3: OEFENINGEN BIJ HOGERE SNELHEID
Uitwijkoefening( verplichte oefening ) ( meer
info )
Bij de uitwijkoefening kom je met vijftig kilometer per uur aanrijden
door een poortje. Vijftien meter na de poort moet je een muurtje van pylonen
uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft. We gaan deze
oefening op verschillende manieren aanpakken. Zo kun je bij het poortje zelf
bepalen of je gas loslaat of niet en of je wel of niet de koppeling gebruikt.
Ook dit is een goed uit te voeren oefening. Enige nadeel is dat op het
examenterrein in Amsterdam je een korte aanloop kunt nemen. Wij zullen deze
oefening dan ook regelmatig uitvoeren met dezelfde aanlooplengte als bij het
CBR.
Bij de snelle slalom zijn zes pylonen met een tussenafstand van acht
meter opgesteld. Het is de bedoeling om de slalom bij een snelheid van minstens
dertig kilometer per uur met trekkende motor vloeiend en gelijkmatig te
voltooien. Het wordt haast eentonig, maar ook dit is een niet al te moeilijke
oefening.
Vertragingsoefening( keuze oefening ) ( meer
info )
Vanaf 1 juni 2005 is een nieuwe oefening aan het
motorexamen toegevoegd. Deze oefening wordt de vertragingsoefening genoemd en
komt in cluster 3 ( de snelle oefeningen). Vanuit stilstand moet je
binnen 55 meter een snelheid hebben bereikt van 50 kilometer per uur, in de
derde versnelling. Na deze 55 meter moet je afremmen tot ongeveer 30 kilometer
per uur, waarbij je minimaal 1 versnelling terugschakelt. Dit moet gebeuren
binnen 20 meter. Hierna doe je een slalom om 3 pylonen.
In de vierde groep is de noodstop de verplichte oefening. Hier moet je
een poortje passeren en bij vijftig kilometer per uur maximaal remmen om zo snel
mogelijk tot stilstand te komen. Daarbij mag je de controle over de motor niet
verliezen
Bij de precisiestop gaat het erom dat je bij een snelheid van vijftig
kilometer per uur op een aangegeven punt begint te remmen. Daarna moet je de
motor door gelijkmatig remmen zeventien meter verderop tot stilstand brengen.
Naast de precisiestop kan de examinator ook nog kiezen voor de stopproef als
tweede oefening. Stopproef ( keuze oefening ) ( meer
info )
Je komt
met 50 kilometer per uur aanrijden. Bij het poortje laat je gas los. Vervolgens
remmen: eerst de voorrem, dan de achterrem en knijp je de koppeling in. Kom tot
stilstand in de eerste versnelling. Blijf tijdens het remmen voor je kijken. Zit
zo stil mogelijk op de motorfiets en zet je rechtervoet pas aan de grond als de
motorfiets tot stilstand is gekomen.